ECLI:NL:RBDHA:2018:16210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Somalische kinderen wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en familierelatie
Eisers, Somalische kinderen, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd in het kader van nareis bij hun moeder, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvragen werden afgewezen omdat de identiteit van eisers en de familierechtelijke relatie met hun moeder niet aannemelijk was gemaakt. Eisers stelden dat zij kopieën van paspoorten hadden overgelegd die geaccrediteerd waren door de Somalische ambassade, maar de rechtbank volgde dit niet vanwege het ontbreken van een betrouwbaar registratiesysteem in Somalië en het feit dat de paspoorten niet door de ambassade waren opgemaakt.
Verweerder had een nieuwe gedragslijn ingevoerd waarbij ook ander bewijs dan officiële documenten kan worden meegewogen, maar vond het bewijs onvoldoende om nader onderzoek, zoals een DNA-test, te rechtvaardigen. Eisers konden niet aantonen dat de vader toestemming kon geven voor een DNA-onderzoek, ondanks dat zij later toestemmingsverklaringen en foto's overlegden. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit beoordeeld moest worden naar de feiten ten tijde van het besluit en dat verweerder conform de nieuwe gedragslijn had gehandeld.
Eisers voerden ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, omdat eerder een zoon uit een ander huwelijk wel een mvv had gekregen zonder toestemming van de vader. De rechtbank vond echter dat de situaties niet vergelijkbaar waren vanwege het contact tussen vader en moeder in de verschillende gevallen. Tevens werd het beroep op het belang van het kind en het gezinsleven verworpen, omdat de voorwaarden voor gezinshereniging noodzakelijk zijn om onttrekking aan gezag te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat eisers niet voldeden aan de voorwaarden voor het verlenen van een mvv en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door rechter W.M.P. van Alphen op 19 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis is ongegrond verklaard.