ECLI:NL:RBDHA:2018:16142
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding deels gematigd wegens overtreden contactverbod tijdens voorlopige hechtenis
Verzoeker vorderde vergoeding van schade geleden door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, totaal €14.795,-. De rechtbank overwoog dat verzoeker werd vrijgesproken van afpersing en bedreiging, en dat de verdenking en het voortduren van de voorlopige hechtenis niet aan zijn eigen gedrag te wijten waren.
De voorlopige hechtenis duurde 183 dagen, met een schorsing die werd opgeheven wegens overtreding van een contactverbod. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet aan zijn verplichting tot schadebeperking had voldaan door het contactverbod te overtreden.
Daarom werd de vergoeding voor de periode na opheffing van de schorsing met de helft gematigd. Uiteindelijk werd een bedrag van €7.915,- toegekend, waarbij de vergoeding voor de periode tot aan de schorsing volledig werd toegekend en de vergoeding na opheffing van de schorsing gehalveerd.
De rechtbank wees het overige verzoek af en bepaalde dat de vergoeding door de Staat aan verzoeker moet worden voldaan.
Uitkomst: De rechtbank kent gedeeltelijke schadevergoeding toe van €7.915,- wegens overtreding contactverbod en matigt de vergoeding na opheffing schorsing.