Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
uitspraak;
eiseres te vergoeden;
Rechtbank Den Haag
Eiseres, afkomstig uit Syrië en staatloos, verzocht via haar echtgenoot om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat hij oordeelde dat het huwelijk op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland nog niet rechtsgeldig was volgens het Syrische recht, omdat het huwelijk pas later in de burgerlijke stand was ingeschreven.
Eiseres stelde dat het traditionele of religieuze huwelijk op 10 november 2014 rechtsgeldig was volgens internationaal privaatrecht en de Syrische shariarechtbank, wat werd ondersteund door een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken. De rechtbank oordeelde dat de uitleg van het Syrische Burgerlijk Wetboek niet eenduidig is en dat de datum van het religieuze huwelijk als officiële huwelijksdatum geldt volgens de Syrische autoriteiten.
De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan en zijn besluit niet deugdelijk had gemotiveerd, met name omdat het primaire standpunt van een schijnhuwelijk niet werd ondersteund door het Bureau Documenten. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de huwelijksdatum.