ECLI:NL:RBDHA:2018:15747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Zwitserland
Eiser diende op 13 september 2018 een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eerder had eiser op 12 juli 2016 al een asielverzoek in Zwitserland ingediend, dat was afgewezen. Verweerder verzocht Zwitserland om terugname, wat werd bevestigd via een claimakkoord.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in Zwitserland sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang die het vertrouwensbeginsel tussen lidstaten ondermijnen. Het aangehaalde AIDA-rapport bood geen bewijs dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat rechterlijke toetsing ontbreekt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het EHRM, waarbij alleen bij ernstige structurele tekortkomingen in het asielstelsel kan worden afgeweken van het vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aangetoond dat dergelijke tekortkomingen bestaan. Ook het feit dat zijn aanvraag in Zwitserland werd afgewezen en dat hij in Nederland mogelijk wel bescherming zou krijgen, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat er geen risico is op onmenselijke behandeling of indirect refoulement en dat eiser zich bij problemen tot Zwitserse autoriteiten moet wenden. Zonder bijzondere individuele omstandigheden achtte de rechtbank het besluit van verweerder rechtmatig en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.