Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Het beroepschrift van eiser bevatte echter geen beroepsgronden zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiser bij brief gewezen op dit verzuim en hem een termijn van vijf werkdagen gegeven om de gronden alsnog in te dienen. Eiser heeft dit niet gedaan, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De onttrekking van mr. Van den Broek als gemachtigde van eiser deed hieraan niet af, aangezien dit na het verstrijken van de termijn plaatsvond.
Eiser is zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.