Uitspraak
Rechtbank den haag
DB Vertrieb GmbHte Frankfurt (Duitsland),
1.[gerekestreerde 1] te [plaats] ;
[gerekestreerde 2]te [plaats] ;
[gerekestreerde 3]te [plaats] ;
Rechtbank Den Haag
DB Vertrieb GmbH heeft voor de derde keer een verzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag om verlof te verkrijgen voor het leggen van conservatoir beslag op diverse zaken ten laste van meerdere gedaagden, vanwege vermeende bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid voor een niet nagekomen geldsom door Euro-Express-Treincharter B.V. (EETC).
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat eerdere verzoeken op dezelfde gronden reeds tweemaal zijn afgewezen omdat DB niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gedaagden aansprakelijk zijn voor de betaling. Hoewel DB stelde nieuwe inzichten te hebben, heeft zij deze niet concreet onderbouwd met feiten of omstandigheden die afwijken van eerdere verzoeken.
De rechtbank oordeelt dat het derde verzoek nagenoeg gelijkluidend is aan de eerdere en dat het ontbreken van nieuwe feiten geen aanleiding geeft tot een andere beslissing. DB wordt erop gewezen dat bij een volgend verzoek expliciet melding moet worden gemaakt van eerdere verzoeken en beslissingen, en dat nieuwe feiten en omstandigheden duidelijk moeten worden toegelicht.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en de beslissing is in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter H.J. Vetter op 17 augustus 2018.
Uitkomst: Het verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir beslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die aansprakelijkheid aannemelijk maken.