ECLI:NL:RBDHA:2018:1549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek alleenstaande minderjarige uit Algerije wegens veilig land van herkomst
Eiser, een 13-jarige minderjarige van Algerijnse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland nadat hij alleen was aangekomen vanuit Duitsland. Hij stelde mishandeling en gebrek aan adequate opvang in Algerije als grond voor bescherming. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het veilige land van herkomst, Algerije, en het ontbreken van voldoende bewijs dat de autoriteiten hem geen bescherming kunnen bieden.
De rechtbank oordeelde dat het algemene rechtsvermoeden van veiligheid in Algerije geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit voor hem anders is. Zijn verklaringen over mishandeling en het ontbreken van opvang werden niet voldoende onderbouwd, mede omdat hij zich niet tot andere instanties dan de politie had gewend en geen concrete aanwijzingen gaf dat de politie geen hulp bood.
Ook het beroep op het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen faalde omdat er familie in Algerije is en de enkele stelling dat de vader hem zou weghalen onvoldoende is om het ontbreken van adequate opvang aan te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kon hoger beroep instellen bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de alleenstaande minderjarige uit Algerije tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.