ECLI:NL:RBDHA:2018:1545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning buitenschuldbeleid alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een minderjarige Guinese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning na afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij stelde dat hij niet kon terugkeren naar Guinee omdat hij geen familieleden heeft die adequate opvang kunnen bieden, behalve een zus die hij niet kan traceren.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser geen asielmotieven had en niet voldeed aan het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, mede omdat niet kon worden vastgesteld dat zijn zus onvindbaar was. Eiser had geen pogingen gedaan om haar via het Rode Kruis te traceren.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser geloofwaardig zijn, maar dat verweerder terecht kon concluderen dat het nog niet vaststaat dat de zus onvindbaar is. Het buitenschuldbeleid is bedoeld om binnen drie jaar duidelijkheid te bieden, en verweerder had onterecht vermeld dat eiser Nederland binnen vier weken moest verlaten.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank benadrukte dat eiser recht heeft op opvang zolang hij minderjarig is en totdat zijn vertrek wordt geëffectueerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid is ongegrond verklaard.