ECLI:NL:RBDHA:2018:15447
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- L.C. Dankbaar
- L.Z. Achouak el Idrissi
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende beoordeling bewijsmiddelen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel een onderneming te starten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) had de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijsmiddelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder slechts moet beoordelen of de aangeleverde bewijsmiddelen voldoen aan de eisen uit het beleid, zodat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) kan toetsen of er sprake is van een wezenlijk Nederlands belang. De marktanalyse van verzoeker voldoet volgens de rechtbank aan de beleidscriteria en is voldoende toegespitst op de onderneming.
Verder zijn aanvullende stukken zoals jaarrekeningen en bankafschriften alsnog overgelegd en hoeven niet buiten beschouwing te worden gelaten. Verweerder heeft nagelaten hierop te reageren.
Gezien de redelijke kans van slagen van het bezwaar weegt het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden zwaarder dan het belang van verweerder bij directe uitzetting. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder verboden verzoeker uit te zetten tot vier weken na de beslissing op bezwaar.
Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.