ECLI:NL:RBDHA:2018:1538
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid en problemen
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 11 oktober 2015 een asielaanvraag in met het relaas dat hij seksueel misbruikt was door een docent van zijn Koranschool en dat hij homoseksueel is, wat in zijn land van herkomst tot problemen leidde. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af als ongegrond op grond van artikel 31, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de identiteit en het seksueel misbruik als geloofwaardig werden beoordeeld, maar de homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet.
In het beroep betwistte eiser de conclusie over de ongeloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid. De rechtbank stelde vast dat het onderzoek van verweerder conform de Werkinstructie 2015/9 was uitgevoerd, waarbij het zwaartepunt ligt op het geloofwaardig kunnen verklaren van eigen ervaringen, bewustwording en zelfacceptatie. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid en de problemen onvoldoende overtuigend waren, mede door vage antwoorden en het ontbreken van een samenhangend relaas.
De rechtbank overwoog dat de geloofwaardigheid van elk relevant element van het relaas zelfstandig wordt beoordeeld en dat de positieve beoordeling van identiteit en seksueel misbruik niet automatisch de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid versterkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen.