ECLI:NL:RBDHA:2018:1537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Awb
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende een eerste asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen omdat Zweden verantwoordelijk was. Na overdracht aan Zweden vroeg zij opnieuw asiel aan in Nederland, welke aanvraag werd afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro. Eiseres voerde aan dat haar gezinssituatie was gewijzigd en dat Zweden haar geen opvang bood.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een nieuwe beoordeling rechtvaardigen. De eerdere beoordeling hield rekening met haar zwangerschap en huwelijk met een Nederlander. De situatie in Zweden was niet wezenlijk veranderd en de stelling dat Zweden geen opvang bood was onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast faalden de beroepen op artikelen 16 en 17 van de Dublinverordening en artikel 8 EVRM Pro omdat deze niet van toepassing zijn op de situatie van eiseres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.