ECLI:NL:RBDHA:2018:15253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens licht inreisverbod en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op grond van privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af vanwege een licht inreisverbod van twee jaar en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Tevens werd meegewogen dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde vanwege meerdere veroordelingen.
Eiser voerde aan dat verweerder de aanvraag niet correct had getoetst volgens het arrest van het Hof van Justitie van de EU en dat de belangenafweging ten onrechte negatief was uitgevallen. Hij stelde dat zijn veroordelingen oud zijn, hij een bijzondere binding met Nederland heeft en verweerder de hoorplicht heeft geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd op welke wettelijke gronden het besluit is gebaseerd. Het arrest Z.Zh en I.O. was niet van toepassing omdat het inreisverbod slechts twee jaar duurde. De belangenafweging was terecht negatief, mede vanwege het langdurige onrechtmatige verblijf en het ontbreken van een geldige machtiging. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.