ECLI:NL:RBDHA:2018:15203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf in Nederland
Eiser, een Braziliaanse nationaliteit dragende persoon, kreeg op 7 oktober 2017 een terugkeerbesluit opgelegd op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij werd verplicht Nederland binnen 28 dagen te verlaten vanwege onrechtmatig verblijf.
Eiser voerde aan dat hij rechtmatig in het Schengengebied verbleef omdat hij minder dan drie maanden aanwezig was, dat hij niet in de juiste taal was gehoord en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, vooral ten aanzien van een vermeend besluit op basis van openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt rechtmatig verblijf te hebben en dat zijn stellingen over een relatie met een Nederlander onvoldoende zijn onderbouwd. Tevens werd geoordeeld dat het terugkeerbesluit niet op openbare orde is gebaseerd en dat het gebruik van de Engelse taal bij het gehoor voldoende was gemotiveerd en begrijpelijk voor eiser.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 14 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.