ECLI:NL:RBDHA:2018:1508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens medische omstandigheden en Dublinverordening
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat zij en haar minderjarige zoon ernstige medische en psychische klachten hebben, waaronder suïcidale gedachten, die een overdracht aan Italië onverantwoord maken.
De rechtbank beoordeelde of verweerder mocht vasthouden aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel of verplicht was het verzoek inhoudelijk te behandelen. Hoewel Italië verantwoordelijk is, oordeelde de rechtbank dat verweerder bij de ernstige medische situatie van eiseres nader onderzoek had moeten verrichten, bijvoorbeeld via het Bureau Medische Advisering.
De rechtbank stelde vast dat de medische stukken en de suïcidale uitingen van eiseres voldoende objectieve gegevens bevatten die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling bij overdracht aan Italië aantonen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De uitspraak sluit aan bij jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het belang van passende medische zorg en bescherming tegen onmenselijke behandeling onderstrepen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-behandeling van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar medische risico's bij overdracht aan Italië.