ECLI:NL:RBDHA:2018:15020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken wegens ongeloofwaardigheid heimelijke relatie en gezinsproblemen in Iran
Eisers, beiden Iraanse nationaliteit, vroegen asiel aan op grond van een heimelijke relatie en de daaruit voortvloeiende problemen met familieleden, waaronder mishandeling en een gedwongen huwelijk. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas.
De rechtbank toetste de geloofwaardigheid aan de hand van de werkinstructie 2014/10, waarbij interne en externe geloofwaardigheidsindicatoren werden meegewogen. De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat eisers niet hebben geprobeerd met instemming van hun ouders te trouwen en dat zij ondanks de vermeende risico's openlijk met de auto samen optraden.
Ook achtte de rechtbank de verklaring over mishandeling in opdracht van de vader van eiser ongeloofwaardig en concludeerde dat de gestelde uithuwelijking van eiseres aan een geestelijke niet aannemelijk was. Daarnaast werden tegenstrijdigheden in hun verklaringen over de betrapping vastgesteld.
Gelet op deze bevindingen concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid terecht heeft beoordeeld en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het relaas.