ECLI:NL:RBDHA:2018:14917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens niet tijdig betaalde leges bij verlenging verblijfsvergunning
Verzoekster, een burger van Bosnië-Herzegovina, had een reguliere verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Zij diende op 19 juni 2018 een aanvraag in voor verlenging van haar verblijfsvergunning. De staatssecretaris stelde dat zij € 355,- aan leges moest betalen voordat de aanvraag in behandeling kon worden genomen. Ondanks herhaalde verzoeken en een telefonisch contact met haar zoon, werd de betaling niet correct uitgevoerd. Het betalingsbewijs vermeldde een verkeerd zaaknummer en een onjuist v-nummer, waardoor niet duidelijk was dat de betaling betrekking had op haar aanvraag.
De staatssecretaris besloot daarom de aanvraag niet in behandeling te nemen en bepaalde dat verzoekster Nederland en de EU binnen vier weken moest verlaten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om haar verblijf te schorsen. Zij voerde aan dat zij tijdig had betaald en dat zij vanwege een psychische beperking en afhankelijkheid van zorg en toeslagen dringend in Nederland moest kunnen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd en verplicht was om de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat niet aan het wettelijke voorschrift van correcte betaling was voldaan. Het bezwaar had geen redelijke kans van slagen en er was geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de leges niet tijdig en correct zijn betaald.