ECLI:NL:RBDHA:2018:14913
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 november 2018 waarbij zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Tijdens de zitting op 12 december 2018 te Breda, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerder door zijn gemachtigde, werd het beroep behandeld. De rechtbank constateerde dat een niet-registertolk was ingezet tijdens het aanmeldgehoor, hetgeen niet conform de wettelijke vereisten was, maar dat dit gebrek niet leidde tot benadeling van eiser.
De rechtbank oordeelde dat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, omdat eiser daar een geldig Schengenvisum had ontvangen en het grondgebied van de lidstaten niet had verlaten. Eisers argumenten over mogelijke onvoldoende bescherming in Spanje en vrees voor vervolging werden niet aannemelijk geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.002. De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.