ECLI:NL:RBDHA:2018:14775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning nareis wegens onvoldoende bewijs huwelijk en gezinsband
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning nareis om bij haar referent te mogen verblijven, die een verblijfsvergunning asiel had gekregen. De aanvraag werd afgewezen omdat de feitelijke gezinsband en het huwelijk niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing.
Verweerder stelde dat referent inconsistent had verklaard over het huwelijk en de relatie met eiseres, en dat het overgelegde huwelijksdocument geen officieel bewijs vormde. De rechtbank oordeelde dat de gestelde huwelijk niet was aangetoond en dat de relatie niet voldeed aan de criteria van een duurzame en exclusieve partnerschapsrelatie.
De rechtbank wees op de nieuwe gedragslijn voor Eritrese nareiszaken, maar vond dat verweerder terecht het besluit handhaafde. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning nareis wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van huwelijk en gezinsband.