Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Verder hebben eisers een ‘confession letter’ van 23 januari 2017 overgelegd en een verklaring van de Afghaanse ambassade in Den Haag van 13 februari 2017, waarin de inhoud van de ‘confession letter’ wordt bevestigd. Ook deze documenten zijn onderzocht door Bureau Documenten. Uit de verklaring van onderzoek van 14 maart 2017 blijkt dat de ‘confession letter’ zeer wel mogelijk niet door een daartoe bevoegde instantie is opgemaakt en afgegeven. De verklaring van de ambassade is volgens Bureau Documenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt. In reactie daarop hebben eisers een verklaring van de ambassade van 1 november 2017 overgelegd, waarin wordt toegelicht hoe dit soort documenten worden opgesteld en wordt bevestigd dat de ‘confession letter’ echt is. In het weerwoord van Bureau Documenten van 18 december 2017 is vastgesteld dat de Afghaanse ambassade een kopie van het document heeft onderzocht, zodat het onmogelijk is om te beoordelen of het document echt is. Gelet hierop hoefde verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen rekening te houden van de overgelegde ‘confession letter’.
Allereerst hebben eiser en eiseres 2 tegenstrijdig verklaard over de plaats waar zij de auto van [naam 6] aantroffen na zijn ontvoering. Verder vindt verweerder het bevreemdingwekkend dat eiser zijn schoonzus, die bij hem in huis verblijft, niet onmiddellijk na het eerste telefoontje van de ontvoerders hierover informeert, maar dit pas na enige tijd doet. Ook is het vreemd dat de ontvoerders contact hebben opgenomen met eiser en niet met eiseres 2, de echtgenote van [naam 6] . Het wekt ook bevreemding dat eiser tijdens de telefoongesprekken met de ontvoerders geen enkele poging doet om zijn broer te spreken te krijgen, met name nu eiser de informatie dat zijn broer ontvoerd zou zijn uit derde hand verkregen heeft. Het is evenzeer vreemd dat niet eiser maar zijn broer zou zijn ontvoerd, omdat eiser heeft verklaard dat hij de rijkste was en dat zijn rijkdom overal bekend was. Verweerder werpt verder aan eiser tegen dat hij geen bescherming heeft gevraagd aan de Amerikanen, met wie hij zegt goede zakelijke banden te onderhouden. Dat is vreemd, omdat hij heeft verklaard geen vertrouwen in de Afghaanse politie te hebben. Overigens heeft eiser wel aangifte gedaan bij de politie. Dat is vreemd omdat de politie aanwezig was op de plaats van de ontvoering, zodat niet valt in te zien waarom er dan nog schriftelijk aangifte nodig zou zijn. Opmerkelijk zijn verder eisers wisselende verklaringen over het tijdstip waarop hij de verklaring van het ministerie van Defensie heeft ontvangen in relatie tot de gestelde gebeurtenissen. Ook is het opvallend dat eiser slechts bij benadering kan aangeven wanneer hij de telefoontjes van de ontvoerders heeft ontvangen. Verder is het ongeloofwaardig dat eiser niet kan zeggen waar de politie het lichaam van zijn broer zou hebben gevonden, terwijl eiseres 1 hierover verklaart dat hij is gevonden in ‘het zesde stadsdeel’. Voorts wekt het bevreemding dat eisers, die zeggen zich ernstig bedreigd te hebben gevoeld, nog tweeënhalve maand in Afghanistan zijn gebleven. Dit duidt niet op een acute vluchtsituatie. Verder wordt nog opgemerkt dat eiser verschillende vragen over de kern van zijn relaas, namelijk de ontvoering en de daarop volgende contacten met de ontvoerders, veelal niet concreet weet te beantwoorden. Daarbij wordt er op gewezen dat eiser niet precies weet wanneer hij het 4e, 5e, en 6e telefoontje van de ontvoerders heeft ontvangen. Ook vindt verweerder het opmerkelijk dat eiser de enige is die contact gehad heeft met de ontvoerders: het ligt voor de hand dat de politie zou willen meeluisteren. Tot slot heeft verweerder opgemerkt dat de verklaringen van eiseres 2 op het niveau van de relevante bijzonderheden vaag en summier zijn en voornamelijk gebaseerd op veronderstellingen en aannames die zijn afgeleid uit de verklaringen van haar zwager.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook op deze beroepsgrond onvoldoende gemotiveerd gereageerd. In het verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser heeft verklaard dat hij altijd voor de Amerikanen klaar heeft gestaan, zodat op zijn minst verwacht mag worden dat hij probeerde hun hulp in te roepen toen hij problemen had. Gelet op wat eisers hebben aangevoerd, acht de rechtbank deze motivering onvoldoende.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak of plaatsing in het digitale dossier het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.