ECLI:NL:RBDHA:2018:14649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië wegens verslechterde situatie asielzoekers
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat de situatie in Italië, mede door een recent decreet, verslechterd is en dat hij bij overdracht risico loopt op onmenselijke behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank overwoog dat de Nederlandse autoriteiten niet onkundig kunnen zijn van de verslechterde situatie in Italië, waardoor verweerder de bewijslast draagt om aan te tonen dat geen schending van fundamentele rechten dreigt. Verweerder stelde dat de situatie niet vergelijkbaar is met het M.S.S.-arrest en dat Italië verzoeken om internationale bescherming behandelt, waarbij push-backs incidenteel zijn en niet Dublin-claimanten treffen.
De rechtbank nam mee dat circa 40% van de asielaanvragen in Italië wordt gehonoreerd en dat recente jurisprudentie geen substantieel gevaar voor schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro heeft vastgesteld. Detentie wordt slechts toegepast voor identiteitsvaststelling en kan verslechteren bij uitzetting, maar dit is niet willekeurig. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder heeft aan de bewijslast voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in behandeling neming van de asielaanvraag wegens overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.