ECLI:NL:RBDHA:2018:14570
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op haar beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het bestreden besluit betrof de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'niet-tijdelijke humanitaire gronden' en de intrekking van een eerdere verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden.
De rechtbank heeft het hoofdberoep (zaaknummer AWB 18/4504) op 21 november 2018 ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat het verzoek om voorlopige voorziening verband houdt met het beroep.
Gezien het ontbreken van deze connexiteit verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Ghrib en griffier R. Kroon-Overdijk op 6 december 2018 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit met het beroep.