ECLI:NL:RBDHA:2018:14437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Armeense vrouw geboren in 1955, diende op 2 juli 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar leeftijd, medische problemen en afhankelijkheid van haar in Nederland verblijvende dochter, inhoudelijke behandeling van haar aanvraag verdiende op grond van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij daadwerkelijk afhankelijk is van haar dochter voor medische zorg en dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn. Ook was er geen reden om de aanvraag op grond van bijzondere omstandigheden aan zich te trekken.
Daarnaast stelde eiseres dat zij na overdracht aan Duitsland mogelijk uitgezet zou worden naar Armenië, maar Duitsland had via een claimakkoord toegezegd haar verzoek om bescherming te behandelen, waardoor geen sprake is van indirect refoulement. De rechtbank wees ook het beroep af dat de staatssecretaris subsidiair had moeten toetsen op uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000, aangezien dit niet ambtshalve hoeft in Dublinzaken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.