ECLI:NL:RBDHA:2018:14405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
Verzoeker heeft op 23 mei 2018 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en verzoeker in de gelegenheid gesteld nadere stukken te overleggen. Uit de stukken en de zitting blijkt dat verzoeker aanzienlijke belastingschulden heeft, waaronder terug te betalen huur- en zorgtoeslag en aanslagen inkomstenbelasting.
De rechtbank beoordeelt op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro of verzoeker te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Verzoeker slaagt hier niet in, mede gezien de omvang en aard van de schulden. Daarnaast vereist artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet Pro dat verzoeker aannemelijk maakt dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Verzoeker heeft verklaard geen arbeid te verrichten maar toegezegd te gaan solliciteren; echter zijn de sollicitatiebewijzen onvoldoende.
Voorts is verzoeker recent veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur, wat niet wijst op een stabiele situatie of saneringsgezinde houding. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat verzoeker zijn verplichtingen zal nakomen en zich zal inspannen om baten te verwerven voor de schuldeisers. Een recente verbetering is te pril om een succesvolle schuldsanering te verwachten. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.