ECLI:NL:RBDHA:2018:14172
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beperking demonstratierecht wegens vrees voor wanordelijkheden bij Pegida-demonstraties in Den Haag
Verzoekster Pegida Nederland heeft aangekondigd vijf demonstraties te houden bij verschillende moskeeën in Den Haag, met gebruik van spandoek, muziek en podium, gericht tegen islamisering. De burgemeester van Den Haag heeft besloten de demonstraties te verplaatsen naar andere locaties, waarbij de demonstraties statisch moeten zijn.
Pegida maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorziening om de demonstraties op de oorspronkelijke locaties te mogen houden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het recht op betoging een grondrecht is, maar dat de burgemeester dit mag beperken om wanordelijkheden te voorkomen.
De burgemeester heeft aannemelijk gemaakt dat er een gerechtvaardigde vrees bestaat voor ernstige wanordelijkheden, gebaseerd op eerdere ervaringen met soortgelijke demonstraties in Den Haag en andere steden. De beperkingen zijn noodzakelijk om de wanordelijkheden beheersbaar te houden.
De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester het demonstratierecht terecht heeft beperkt tot statische demonstraties op alternatieve locaties en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om de demonstraties op de oorspronkelijke locaties te houden wordt afgewezen en de beperking tot statische demonstraties op alternatieve locaties bevestigd.