ECLI:NL:RBDHA:2018:14119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf voor medische behandeling wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Surinaamse staatsburger, vroeg op 13 november 2017 een visum kort verblijf aan voor medische behandeling in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond. Eiser stelde dat medische behandeling in Nederland noodzakelijk is vanwege het ontbreken van adequate zorg in Suriname en dat familie in Nederland cruciaal is voor zijn herstel. Hij beroept zich ook op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft bij twijfel over het terugkeerintentie en dat eiser onvoldoende bewijsstukken heeft overgelegd, zoals een officieel medisch document van een Nederlandse instelling of een behandelplan. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de familie voldoende middelen heeft om medische kosten te dragen. De sociale en economische binding met Suriname is onvoldoende om terugkeer te waarborgen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf voor medische behandeling is ongegrond verklaard.