ECLI:NL:RBDHA:2018:14054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen bij bekering
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende op 21 september 2018 een opvolgende asielaanvraag in met als grondslag zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende bedreigingen. Eerder was zijn asielaanvraag afgewezen omdat zijn bekering als ongeloofwaardig werd beoordeeld. Verweerder verklaarde de opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe elementen zoals vereist in artikel 30a, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
Tijdens de zitting lichtte eiser toe dat zijn geloofsovertuiging de belangrijkste reden voor de nieuwe aanvraag was en stelde dat er onvoldoende doorgevraagd was over zijn bekering. De rechtbank stelde vast dat eiser deze zorgvuldigheidsgrond had ingetrokken en dat de verklaringen over verstoting en overlijden van zijn broer niet als nieuwe elementen konden worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn bekering nu wel geloofwaardig zou zijn, mede omdat hij onvoldoende overtuigende verklaringen had gegeven over het proces en de motieven van zijn bekering. De werkinstructie 2018/10 bevestigt dat een opvolgende aanvraag een verzwaarde bewijslast kent en niet bedoeld is om eerder afgewezen ongeloofwaardige verklaringen opnieuw te toetsen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit voldoende had gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe elementen.