ECLI:NL:RBDHA:2018:14010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.F.Th. de Roos
- C. van Boven-Hartogh
- J.F.I. Sinack
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens onvoldoende motivering en schending evenredigheidsbeginsel
Eiser, een EU-onderdaan met dubbele nationaliteit Bosnië-Herzegovina en Kroatië, werd ongewenst verklaard door de staatssecretaris op grond van vermeende ernstige bedreiging van de openbare orde vanwege zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heropende het onderzoek en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU, dat op 2 mei 2018 antwoord gaf over de toepasselijkheid van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en de vereisten voor een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging. Verweerder erkende dat het evenredigheidsbeginsel onvoldoende was beoordeeld en dat het besluit niet voldeed aan de vereiste motivering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met persoonlijke betrokkenheid, historische context, gevaar voor recidive en uitsluitingsgronden zoals dwang of noodweer. Ook ontbrak een degelijke belangenafweging en was de hoorplicht geschonden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij eiser en zijn gezinsleden gelegenheid krijgen hun actuele belangen toe te lichten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd; verweerder dient een nieuw besluit te nemen.