ECLI:NL:RBDHA:2018:1393
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening ter voorkoming van zijn overdracht aan Duitsland.
Tijdens de zitting op 22 januari 2018 was eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. De rechtbank heeft direct na de zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelde dat niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser eerder in Duitsland asiel heeft aangevraagd. De door eiser aangevoerde gronden, waaronder aanwijzingen dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt en de humanitaire clausule vanwege zijn verblijf in Duitsland, zijn onvoldoende onderbouwd en treffen geen doel.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris de verantwoordelijkheid niet aan zich hoefde te trekken en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.