Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2018:13906

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 oktober 2018
Publicatiedatum
23 november 2018
Zaaknummer
C/09/18/376 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 3 FaillissementswetArt. 320 lid 6 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule wegens wanhoop en hennepkweek

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank is bevoegd deze insolventieprocedure te openen aangezien het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. Uit de beoordeling blijkt dat verzoeker is opgehouden met betalen en niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.

Hoewel er vraagtekens zijn bij de goede trouw van verzoeker met betrekking tot een forse schuld aan de gemeente Leiden vanwege het houden van een hennepkwekerij, heeft verzoeker verklaard dat hij door wanhoop gedreven was en inmiddels heeft geleerd van zijn fouten. Verzoeker bevindt zich niet meer in het criminele circuit en staat sinds april 2017 onder beschermingsbewind, waarbij geen nieuwe schulden zijn gemaakt.

Gezien het feit dat verzoeker zijn financiële situatie onder controle lijkt te hebben, zich bewust is van zijn handelen dat tot de schulden heeft geleid en gemotiveerd is tot verbetering, wijst de rechtbank het verzoek toe met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro. Tevens worden diverse procedurele beslissingen genomen zoals het vervallen van beslagen en het benoemen van een rechter-commissaris.

Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer
insolventienummer: C/09/18/376 R
uitspraakdatum: 25 oktober 2018
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats],
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
De verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.
Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De rechtbank onderkent dat bij een aantal schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de goede trouw van verzoeker ten aanzien van het ontstaan van die schulden. Dit geldt met name voor de forse schuld aan de gemeente Leiden, die betrekking heeft op het houden van een hennepkwekerij. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij door wanhoop gedreven getracht heeft zijn schulden af te lossen met hennepkweek. Verzoeker heeft aangegeven dat hij heeft geleerd van zijn fouten en zich niet meer bevindt in het criminele circuit. Verzoeker staat sinds 19 april 2017 onder beschermingsbewind. Sindsdien zijn er geen nieuwe schulden meer gemaakt.
Er van uitgaande dat verzoeker zijn financiële situatie inmiddels onder controle lijkt te hebben, er sprake is van beschermingsbewind, verzoeker zich bewust is van zijn handelen dat tot de schuldenproblematiek heeft geleid en gemotiveerd is om tot verbetering van zijn financiële situatie te komen, zal de rechtbank verzoeker het voordeel van de twijfel gunnen en er van uitgaan dat verzoeker de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van zijn schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen. Een en ander leidt er toe dat de rechtbank met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet het verzoek zal toewijzen.

De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats],
wonende te [adres, postcode en woonplaats]:
- verstaat dat deze insolventieprocedure een hoofdinsolventieprocedure is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO);
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.W. Vogels,
en tot bewindvoerder N.T. van den Deijssel (Sociaal.nl Schuldsanering BV),
correspondentieadres:
Postbus 845
1440 AV Purmerend;
- stelt vast dat alle reeds gelegde beslagen komen te vervallen;
- kent aan de bewindvoerder voor de duur van de schuldsaneringsregeling een voorschot toe op het salaris ter hoogte van het bedrag als bedoeld in artikel 320,
lid 6 van de Faillissementswet en vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van 13 maanden.
Gewezen door mr. D. Nobel, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 oktober 2018 in tegenwoordigheid van S.S.R. Pool LL.B., griffier.
De behandelend juridisch medewerker is mr. J.J.P. van Wieringen