ECLI:NL:RBDHA:2018:13888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken vaste woon- of verblijfplaats
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, kreeg op 25 maart 2018 een terugkeerbesluit opgelegd met een inreisverbod van twee jaar door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, mede omdat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en niet beschikte over een vaste woon- of verblijfplaats.
Eiser voerde aan dat hij wel bij zijn vriendin verbleef en verwees naar het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie, omdat hij samen met zijn vriendin zorg droeg voor haar minderjarige Nederlandse kind. De rechtbank stelde vast dat eiser enkel het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats betwistte, maar dat hij niet in de Basis Registratie Personen stond ingeschreven en dit ook niet met stukken onderbouwde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht kon uitgaan van het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en dat het beroep ongegrond was. Tevens werd geoordeeld dat het arrest Chavez-Vilchez niet op eiser van toepassing was, omdat hij niet de natuurlijke vader was en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij declaratoire rechten kon ontlenen aan artikel 20 VWEU Pro.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken op 5 november 2018 door rechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.