ECLI:NL:RBDHA:2018:1388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser, van Ivoriaanse nationaliteit, diende op 8 oktober 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Het verzoek tot terugname door Italië werd geaccepteerd op 31 oktober 2017.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer zou gelden vanwege tekortkomingen in de opvang van asielzoekers in Italië. De rechtbank oordeelt dat, ondanks problemen in Italië, deze situatie niet vergelijkbaar is met de problematiek in Griekenland zoals in eerdere jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De rechtbank volgt hiermee ook de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser heeft geen concrete aanwijzingen geleverd voor systematische tekortkomingen in Italië en zijn persoonlijke relaas toont dat hij opvang ontving en zelf vertrok. Er zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Italië onredelijk maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.