ECLI:NL:RBDHA:2018:13830
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 24 april 2018. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De zitting vond plaats op 6 november 2018, waarbij geen van beide partijen aanwezig was. De staatssecretaris gaf aan zich niet te verzetten tegen het verzoek, mede omdat een hoorzitting gepland staat. De voorzieningenrechter concludeerde dat uitzetting achterwege moet blijven zolang het bezwaar in behandeling is.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit het griffierecht en een bedrag van €501,- aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak werd op 20 november 2018 in het openbaar gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaarschrift is beslist.