ECLI:NL:RBDHA:2018:13828
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit op tijdelijke humanitaire gronden
Verzoekster heeft bij besluit van 26 april 2018 een aanvraag tot verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden zien afgewezen. Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter constateert dat de werking van het primaire besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar en dat verweerder niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Verweerder heeft echter aangegeven zich niet te verzetten tegen het verzoek om voorlopige voorziening.
Gezien het ontbreken van geschil over het verbod op uitzetting, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en verbiedt de uitzetting van verzoekster totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 501,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener.
De uitspraak is gedaan op 12 november 2018 door voorzieningenrechter M.M. Meijers en griffier J.C. de Grauw. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.