ECLI:NL:RBDHA:2018:13825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Iraakse homoseksuele atheïst wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, diende een opvolgende asielaanvraag in op grond van zijn homoseksuele geaardheid en bekering tot het atheïsme, waarbij hij vreesde voor vervolging en mishandeling bij terugkeer naar Irak.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser wisselende en weinig concrete verklaringen gaf over zijn seksuele geaardheid en atheïsme. De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks psychische klachten voldoende in staat was te verklaren en dat de verklaring van zijn partner niet voldoende overtuigend was om zijn homoseksualiteit aannemelijk te maken.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in de beoordeling dat het atheïsme als niet-theïstische geloofsovertuiging onder de toepasselijke richtlijn valt en dat het toetsingskader correct was toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van homoseksualiteit en atheïsme.