ECLI:NL:RBDHA:2018:13795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende jongvolwassene, heeft een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij in Marokko geen veilig bestaan had vanwege sociale en economische omstandigheden. Hij stelde dat hij sinds zijn twaalfde op straat leeft en geen toegang had tot sociale grondrechten zoals werk, huisvesting en onderwijs. Daarnaast voerde hij aan dat hij geen hulp van Marokkaanse autoriteiten kan verwachten en dat het opgelegde inreisverbod onevenredig zwaar is.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af op grond van de Vreemdelingenwet 2000, met de motivering dat Marokko een veilig land van herkomst is en dat de aangevoerde omstandigheden een economisch motief betreffen dat geen grond biedt voor internationale bescherming. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Marokko een behandeling zal ondergaan in strijd met het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit een veilig land van herkomst geen internationale bescherming behoeven, tenzij zij hun specifieke onveiligheid aannemelijk maken. Dit is volgens de rechtbank niet gelukt.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod werd gehandhaafd. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.