ECLI:NL:RBDHA:2018:13749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslissing kinderbijslag voorschot en dwangsom
Eiseres had een aanvraag ingediend voor kinderbijslag voor haar twee kinderen, die sinds juli 2017 in Nederland verblijven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verleende een voorschot kinderbijslag voor het derde kwartaal van 2017 alleen voor het jongste kind, omdat voor het oudste kind nog gegevens uit België moesten worden ontvangen. De Svb stelde dat het oudste kind recht had op kinderbijslag in België, die hoger is dan die in Nederland, waardoor geen aanvullende Nederlandse kinderbijslag werd toegekend.
Eiseres stelde dat niet tijdig op haar aanvraag was beslist en dat zij daarom recht had op een dwangsom. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit van 23 november 2017 een beslissing bevatte voor beide kinderen, ook al kon het voorschot voor het oudste kind nog niet worden uitbetaald vanwege ontbrekende informatie. De ingebrekestelling van 22 november 2017 werd gevolgd door het primaire besluit binnen twee weken, zodat geen dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank kwalificeerde het definitieve besluit van 19 december 2017 als vervanging van het primaire besluit, maar liet het beroep daartegen buiten beschouwing omdat eiseres daartegen geen gronden aanvoerde. Het beroep tegen het bestreden besluit van 27 februari 2018 werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter B. Hammer op 13 november 2018 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank is ongegrond verklaard.