ECLI:NL:RBDHA:2018:13744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf in nareisprocedure wegens onvoldoende bewijs identiteit en familieband
Eiseres, met Eritrese nationaliteit, verzocht via haar echtgenoot om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zichzelf en hun kinderen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat de identiteit van eiseres en de familierechtelijke band met de kinderen niet voldoende aannemelijk waren gemaakt.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen officiële documenten had overgelegd ter onderbouwing van haar identiteit en familierelaties, en dat de ingebrachte kopie van een huwelijksakte slecht leesbaar was. Tevens waren er tegenstrijdige verklaringen over het bezit van identiteitsdocumenten, wat een contra-indicatie vormde. Verweerder had daarom geen aanleiding gezien tot aanvullend onderzoek en handelde conform het beleid.
Ook de belangen van de minderjarige kinderen konden niet meewegen omdat niet aannemelijk was dat zij daadwerkelijk kinderen van eiseres en referent zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en familieband.