ECLI:NL:RBDHA:2018:13734
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening
Eiser heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij in Spanje slecht behandeld was en dat de humanitaire clausule (artikel 17) toegepast had moeten worden.
Tijdens de zitting op 8 november 2018 heeft de rechtbank vastgesteld dat Spanje inderdaad verantwoordelijk is, wat ook door Spanje is aanvaard. Eiser heeft echter geen documenten overgelegd die zijn identiteit, nationaliteit of zijn beweringen over slechte behandeling in Spanje ondersteunen. Bovendien stroken zijn verklaringen over de verblijfsduur in Spanje niet met de gegevens uit het Eurodac-systeem.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en de humanitaire clausule niet hoefde toe te passen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.