Uitspraak
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats],
wonende te [adres, postcode en woonplaats].
[Schuldenares] zal hierna worden aangeduid als ‘schuldenares’.
1.Verloop van de procedure
- mr. J. Perez Herrera namens de bewindvoerder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, uitgesproken bij vonnis van 17 juni 2016 en verlengd tot 17 januari 2020. De bewindvoerder verzocht om beëindiging wegens niet-nakoming van de inspannings- en afdrachtverplichting.
Uit het dossier en het verhoor bleek dat schuldenares na 20 juli 2017 wel fulltime werkte, maar niet het wettelijk minimumloon ontving. De rechtbank oordeelde dat het minimumloonvereiste volgt uit de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling en artikel 288 Fw Pro, en dat de tekortkoming toerekenbaar is.
Desondanks achtte de rechtbank de tekortkoming niet ernstig genoeg voor beëindiging van de regeling. Schuldenares kreeg een allerlaatste kans en werd verplicht het verschil tussen haar loon en het minimumloon aan de boedel te vergoeden. Tevens werd haar opgelegd alle verplichtingen voortaan volledig na te komen, met waarschuwing voor beëindiging zonder schone lei bij herhaling.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en schuldenares krijgt een allerlaatste kans met verplichting tot vergoeding loonverschil aan de boedel.