ECLI:NL:RBDHA:2018:13615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende identiteit en bewijs
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel, maar de aanvraag werd afgewezen omdat zij haar identiteit niet met officiële documenten kon onderbouwen. De verweerder stelde dat er geen sprake was van bewijsnood en dat de verklaringen over haar leeftijd en huwelijksakte tegenstrijdig waren.
Eiseres overhandigde een UNHCR-pas en een religieuze huwelijksakte, maar deze werden niet als substantieel bewijs erkend. De rechtbank hanteerde het nieuwe beleid van de verweerder, waarbij officiële documenten primair worden geëist voor het aantonen van identiteit en familierelaties. Onvoldoende bewijs en tegenstrijdige verklaringen leidden tot het oordeel dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen aanvullend onderzoek hoefde te verrichten, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen officiële documenten kon verkrijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit.