Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij,
1.Procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 29 maart 2018, met producties;
- het op 31 mei 2018 ingekomen verweerschrift, met producties;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
zonder op of om te kijken” tegen de tram liep. [verzoekster] heeft bestreden dat zij niet zou hebben opgelet. Ook ter zitting heeft ze verklaard dat ze heeft gekeken of het veilig was om over te steken en dat ze niets heeft gezien. De tram zou haar van achter hebben genaderd.