ECLI:NL:RBDHA:2018:13073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op omzetbelastingvrijstelling voor diensten aan kerk
Eiser, een ondernemer die entertainmentdiensten verzorgt, verrichtte sinds november 2014 tegen vergoeding jongerenwerk voor de Hervormde Kerk. Hij stelde dat zijn diensten vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, letter t, dan wel letter f, van de Wet op de omzetbelasting 1968. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn diensten onontbeerlijk zijn voor vrijgestelde kerkelijke diensten of dat hij geen winst beoogt.
De rechtbank overwoog dat het enkele feit dat de kerk vrijgestelde diensten verricht, niet automatisch betekent dat de diensten van een derde partij eveneens vrijgesteld zijn. De VAR-verklaring, facturen en het beleidsplan boden onvoldoende bewijs dat de diensten van eiser onder de vrijstelling vallen. Ook het beroep op het neutraliteitsbeginsel faalde omdat niet is gebleken dat eiser dezelfde prestaties verricht als de kerk.
Verder stelde eiser dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op vrijstelling van omzetbelasting voor zijn diensten aan de kerk wordt ongegrond verklaard.