ECLI:NL:RBDHA:2018:12816
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om afwachting vierde asielprocedure in Nederland voor Oekraïens gezin
Een Oekraïens gezin dat sinds 2001 zonder verblijfsvergunning in Nederland verbleef en drie eerdere asielaanvragen had ingediend, diende een vierde asielaanvraag in kort voordat zij op 7 juli 2018 werden uitgezet naar Oekraïne. De staatssecretaris besloot dat zij de beslissing op deze aanvraag niet in Nederland mochten afwachten. Het gezin maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de eerste voorwaarde voor weigering, namelijk dat sprake is van een tweede opvolgende asielaanvraag na definitieve afwijzing van eerdere aanvragen, was vervuld. Ook was er geen sprake van nieuwe relevante elementen of bevindingen in de vierde aanvraag. Argumenten over psychische problemen van de kinderen, hun in Nederland geboren zijn en het niet spreken van de Oekraïense taal werden als niet relevant beoordeeld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De ouders en dochter mochten niet terugkeren om de beslissing op hun aanvraag af te wachten, en ook de twee zoons die inmiddels weer in Nederland waren, mochten dit niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; het gezin mag de vierde asielaanvraag niet in Nederland afwachten.