Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 januari 2018 in de zaken tussen
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, verweerder
2. het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
Procesverloop
Overwegingen
Anders dan verweerder in de ontheffingsverzoeken heeft vermeld, is het planologisch perspectief van de percelen volgens GS niet ongewis. In de gemeentelijke structuurvisie Zuidplas 2030 van 27 november 2012 (de gemeentelijke structuurvisie) zijn de percelen namelijk aangeduid als glastuinbouwgebied. Ook in het Projectplan aanpak illegale caravanstallingen Zuidplas 2014 (het Projectplan) is vermeld dat [straat] weer wordt bestemd als glastuinbouwgebied. Gelet op deze documenten en op de zienswijze van de gemeente Zuidplas, naar aanleiding waarvan de percelen van eisers op Kaart 3 zijn opgenomen, geeft de gemeentelijke structuurvisie de meest recente door de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkeling weer. Nu deze ontwikkeling niet afwijkt van de door de provincie voorgestane ontwikkeling, wordt het gemeentelijk ruimtelijk beleid niet belemmerd door artikel 2.1.5, eerste lid, van de Verordening. Dit betekent voorts dat niet wordt toegekomen aan de vraag of sprake is van bijzondere omstandigheden, aldus GS.