ECLI:NL:RBDHA:2018:12500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
Verzoeker, vennoot van een vennootschap onder firma, diende een verzoek in tot opheffing van zijn faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het faillissement was eerder uitgesproken op eigen aangifte. De curator adviseerde negatief over de omzetting.
De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Schulden aan de Belastingdienst en een schuld aan Stedin wegens een hennepkwekerij in zijn woning werden als niet te goeder trouw aangemerkt. Verzoeker maakte onvoldoende aannemelijk dat hij te goeder trouw was geweest.
Daarnaast werd getoetst of verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen. Verzoeker had geen werk of sollicitaties verricht en gaf aan depressief te zijn zonder voldoende bewijs van beheersbare psychosociale problemen. Hij toonde geen saneringsgezinde houding.
Op grond van deze bevindingen wees de rechtbank het verzoek tot omzetting van het faillissement naar de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het faillissement naar de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw en twijfel over nakoming van verplichtingen.