ECLI:NL:RBDHA:2018:12416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onjuiste belangenafweging familie- en gezinsleven
Eiseres, een Libanese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging bij haar dochter (referente) in Nederland. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat tussen eiseres en haar dochter geen meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie bestaat, waardoor geen gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro kan worden aangenomen.
Echter, de rechtbank stelt vast dat verweerder een onjuist toetsingskader hanteerde ten aanzien van de relatie tussen eiseres en haar kleinkind. Jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat voor grootouders en kleinkinderen het bestaan van familie- en gezinsleven niet afhangt van meer dan normale emotionele banden, maar van feitelijke hechte persoonlijke banden. Verweerder heeft dit beleid niet correct toegepast en nagelaten een belangenafweging te maken.
Daarom is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste toetsingscriteria. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen met correcte belangenafweging.