ECLI:NL:RBDHA:2018:12388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en medische gronden
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde onder meer aan dat er geen registertolk beschikbaar was, dat het BMA-advies onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn medische situatie overdracht aan Italië onmogelijk maakt.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-registertolk voldoende gemotiveerd was en dat eiser de tolk goed begreep. Het BMA-advies werd als zorgvuldig en inzichtelijk beoordeeld, waarbij de medische situatie van eiser geen specialistische behandeling vereiste en de risico's bij overdracht beheersbaar zijn. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de medische zorg in Italië ontoereikend is of dat hij als bijzonder kwetsbare asielzoeker moet worden aangemerkt.
Verder werd geoordeeld dat eiser niet afhankelijk is van zijn zwager in de zin van de Dublinverordening en dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de hardheidsclausule om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.