ECLI:NL:RBDHA:2018:1229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Uitspraak inzake ambtshalve uitschrijving uit de basisregistratie personen wegens verblijf in het buitenland
Eiser was sinds februari 2012 ingeschreven in de basisregistratie personen (brp) op een adres in Nederland. In februari 2016 vertrok hij naar Sierra Leone en verbleef vervolgens langere tijd in Afrika. Belgische autoriteiten namen zijn documenten in beslag en weigerden hem toegang, waardoor hij niet naar Nederland kon terugkeren. Verweerder heeft op grond van de Wet brp na onderzoek en op basis van informatie van de GR IJsselgemeenten eiser ambtshalve uitgeschreven per 17 november 2016, omdat eiser niet bereikbaar was en geen verblijfadres kon worden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat hij buiten zijn schuld niet kon terugkeren en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan. Hij stelde dat hij telefonisch contact had gehad en dat zijn verblijf tijdelijk was. De rechtbank oordeelde dat de Wet brp geen ruimte laat voor belangenafweging en dat het feitelijk verblijf buiten Nederland leidend is. Verweerder mocht concluderen dat eiser niet langer in Nederland woonde en ambtshalve uitschrijven was gerechtvaardigd.
De rechtbank wees het beroep af en stelde dat eiser tijdig had moeten informeren over zijn situatie. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van Zeben-de Vries op 2 februari 2018. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de basisregistratie personen is ongegrond verklaard.