ECLI:NL:RBDHA:2018:12262
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake schorsende werking beroep tegen terugkeerbesluit in vreemdelingenrecht
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd werd het besluit als terugkeerbesluit aangemerkt, met de verplichting tot onmiddellijke vertrek uit Nederland en een inreisverbod van twee jaar. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat op het moment van uitspraak al een beslissing op het beroep was genomen. Wel oordeelde de rechter dat de staatssecretaris ten onrechte had gesteld dat het beroep geen schorsende werking heeft. Dit oordeel is gebaseerd op het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat een beroep tegen een terugkeerbesluit opschortende werking moet hebben om een doeltreffende rechtsbescherming te waarborgen.
De rechter veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker omdat deze onterecht was geïnformeerd dat een voorlopige voorziening noodzakelijk was om de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten. De proceskosten werden vastgesteld op €1.002,- volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.J.W. Hermans en griffier A.A.M.J. Smulders en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten wegens onjuiste informatie over de schorsende werking van het beroep.