ECLI:NL:RBDHA:2018:12251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing jeugdstrafrecht bij meerderjarige verdachte voor vier diefstallen en vrijspraak vernieling
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 september 2018 de zaak tegen een meerderjarige verdachte die werd verdacht van vier diefstallen en medeplegen van vernieling. De feiten betroffen onder meer een inbraak in een winkel waarbij een zonnebril werd gestolen, twee diefstallen in een McDonald's kleedruimte, en een diefstal van een laptop bij de Mediamarkt. Daarnaast was er een beschuldiging van vernieling van een ruit.
Bewijs bestond uit DNA-sporen, camerabeelden waarop de verdachte werd herkend door meerdere personen, en getuigenverklaringen. De verdachte ontkende betrokkenheid bij de diefstallen en gaf geen verklaring af over de vernieling. De rechtbank achtte het bewijs voor de vier diefstallen wettig en overtuigend bewezen, maar sprak de verdachte vrij van de vernieling wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank overwoog de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder ADHD en eerdere veroordelingen, en besloot het jeugdstrafrecht toe te passen ondanks dat de verdachte meerderjarig was. De opgelegde straf was zes maanden jeugddetentie, verminderd met de tijd in voorarrest. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van €732,48 aan schadevergoeding voor de glasschade en gestolen zonnebril, vermeerderd met wettelijke rente en onder dreiging van vervangende jeugddetentie bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden jeugddetentie voor vier diefstallen en vrijgesproken van vernieling; schadevergoeding van €732,48 toegewezen.